Klaprozen, boterbloemen, margrieten, slangenkruid en talloze andere bloemen waarvan je de naam niet kent. Hun stengels deinen zacht mee op het ritme van de zomerwind, als een kleurrijke zee van wilde bloemen. Hommels zoemen van bloem naar bloem, terwijl vlinders fladderen boven het hoge gras. De middagzon brandt fel. Vanaf een wit bankje laat je je blik over het veld glijden. Alles om je heen ademt zomer.
Aan het einde van de gravelweg houdt de weg simpelweg op. Voor je ligt een boerderij, omringd door uitgestrekte velden. Dit is waar je vannacht slaapt.
Je draait het erf op. Naast de boerderij staat een groot houten hok. Nog voordat je de deur opent, komt er beweging achter het gaas. Een enorme Vlaamse reus komt overeind en zet zijn voorpoten tegen het hek.
Je loopt naar hem toe en steekt voorzichtig je hand uit. Hij blijft zitten. Zachtjes geef je hem een aai over zijn kop.
De geit in de wei komt nieuwsgierig naar het hek gelopen.
‘Mèèh,’ mekkert hij.
‘Mèèèèh,’ roep je net iets harder terug.
Kauwend op een pluk gras kijkt hij je onderzoekend aan, alsof hij heel goed weet dat je niet van zijn soort bent. Zijn lange witte sik wappert zacht mee in de wind.
Je grinnikt. Hoe langer je naar hem kijkt, hoe grappiger hij wordt.
Dan klinkt er in de verte een stem.
‘Hello!’
Een man komt vanaf de boerderij naar je toe gelopen.
‘Hi, guys! My name is Kayto. I see you’ve already settled in. Perfect. I hope my daughter explained everything. The compost toilet is just behind that tree.’
Hij wijst naar een grote boom achter op het erf.
‘Oh, before I forget. Tonight we’re celebrating Jaanipäev, our Midsummer festival, here in town. You’re more than welcome to join.’
Je kijkt op.
‘Tonight?’
‘Yes!’ Hij glimlacht. ‘I hope you’ll enjoy your stay.’
Hij steekt zijn hand nog even op en loopt terug richting de boerderij.
Een feestje vanavond. Dat klinkt als muziek in je oren.
Een koele zomerbries trekt over het erf, maar van een naderende nacht is nog weinig te merken. De zon staat nog boven de weilanden en legt een warme gloed over het hoge gras.
Je pakt je telefoon en opent Google Maps.
Vijftig minuten lopen.
Moet kunnen.
Je trekt snel iets anders aan en loopt het erf af. De gravelweg voert je tussen uitgestrekte weilanden door. Hier en daar staat een oude boerderij, met verweerde houten muren en een dak dat door de jaren heen wat is scheefgezakt. Op het land liggen ronde hooibalen in keurige rijen achter elkaar.
Hoe dichter je bij het dorp komt, hoe drukker het wordt. Auto’s rijden je voorbij, allemaal dezelfde kant op. Even later stappen gezinnen met kinderen uit bij een grote parkeerplaats en lopen in groepjes verder.
Je haalt je telefoon weer tevoorschijn. Het blauwe bolletje op de kaart ligt bijna boven de bestemming.
Dit moet het zijn.
Voor de ingang staat een lange rij. Om je heen wordt druk Ests gesproken. Gezinnen, groepjes vrienden, jong en oud.
Naast de ingang zitten twee jonge meiden achter een tafeltje. Voor hen staat een bakje met geld en ligt een stapel groene papieren polsbandjes.
Wanneer je aan de beurt bent, stap je naar voren.
‘Hello, I heard there’s a Midsummer festival here tonight. Is that right?’
‘Yes, it is. Welcome! It’s five euros.’
Je haalt een briefje van vijf uit je portemonnee en legt het op tafel. Een van de meiden pakt een groen bandje en plakt het zorgvuldig om je pols.
‘Enjoy Jaanipäev,’ zegt ze met een knipoog.
Je loopt langs het tafeltje het terrein op.
Links van het terrein staat een kleine foodtruck. Door het open luik zie je een koelkast vol koude blikjes staan. Een cola. Precies wat je nodig hebt.
De eerste slok werkt direct verkoelend. Je veegt met je hand over je bezwete voorhoofd en kijkt om je heen.
Voor je staat een houten schuur die dienstdoet als podium. Ervoor zitten buurtbewoners aan lange picknicktafels.
Een kleine man met een pet en zonnebril loopt naar voren en pakt de microfoon. Hij zegt een paar korte woorden. Zijn stem galmt over het terrein.
Even later begint hij enthousiast in het Ests te praten.
Je verstaat er geen woord van.
Wanneer hij klaar is, klinkt er applaus vanaf de picknicktafels. Mensen draaien zich naar het podium en de eerste muzikanten pakken hun instrumenten.
Dan zet de band in.
Een vrolijke volksmelodie vult het terrein. Echtparen stappen naar voren en beginnen te dansen. Even later wordt ook het vreugdevuur aangestoken.
Vanuit het publiek wordt op het ritme van de muziek meegeklapt. Kinderen schommelen in het speeltuintje naast het dorpshuis, terwijl iets verderop twee teams tegenover elkaar aan een dik touw trekken. Omstanders moedigen ze lachend aan.
Het valt nauwelijks op dat jij hier een buitenstaander bent.
Alles lijkt hier zo gemoedelijk.
De muziek valt stil en de man met de pet begint opnieuw te spreken.
Vanuit de menigte stappen een voor een mensen naar voren in traditionele kleding. De vrouwen dragen witte linnen hemden met kleurrijke borduursels en lange, gestreepte rokken die bij iedere stap zacht heen en weer zwaaien. Hun haar is opgestoken onder kapjes waaraan lange linten hangen. De mannen dragen kniebroeken, wollen kniekousen en vilten hoeden.
Het is alsof het feest even terugschakelt in de tijd.
De muziek zet weer in en ze beginnen te dansen, ritmisch en op elkaar ingespeeld. De kleurrijke kleding zwiert mee met iedere stap.
Dan klinkt de laatste noot. De dansers komen tegelijk tot stilstand en maken een diepe buiging voor het publiek.
Om je heen barst het applaus los. Je klapt mee en werpt daarna een blik op je horloge.
Tijd om terug te lopen.
Bij de foodtruck bestel je een portie patat voor onderweg. Met de warme puntzak in je hand loop je het terrein af. Je zwaait nog even naar de twee jonge meiden, die inmiddels helemaal opgaan in het feest.
Boven de weilanden kleurt de hemel felrood. Je volgt het zandpad langs de akkers terwijl krekels zich vanuit het hoge gras laten horen. Geen auto komt voorbij. Achter je wordt de muziek steeds zachter, tot er alleen nog een verre melodie over de velden klinkt.
Je vist de laatste friet uit de puntzak, haalt hem door de mayonaise en blijft even staan.
Voor je liggen de velden in het laatste warme licht. De zon raakt bijna de horizon, maar lijkt daar te blijven hangen.
Alsof de dag nog geen afscheid wil nemen.