15. De bever en zijn tak

Aan de overkant van de rivier tekenen zich donkere holen af in de steile oever. Je tuurt tussen de struiken door, op zoek naar beweging. Het water stroomt voorbij, maar verder lijkt er niets te gebeuren. Zouden hier bevers leven?
Het Gauja National Park is het oudste en grootste nationale park van Letland, met dichte bossen, diepe rivierdalen en rode zandsteenrotsen.
14. Vampieren van het vijfde seizoen

Het landschap voor je klopt niet. Op de foto zag het er totaal anders uit. Dan dringt het tot je door: in april verandert hier alles in Nationaal Park Soomaa. Het waterpeil stijgt met meters tegelijk. Wegen verdwijnen, weilanden lopen onder en dorpen raken geïsoleerd van de buitenwereld. Alleen kano’s bieden nog een uitweg. ‘Het vijfde seizoen’ is hier genadeloos. Maar het water is niet het enige waar je hier rekening mee moet houden…
13. Jaanipäev

Klaprozen, boterbloemen, margrieten, slangenkruid en talloze andere bloemen waarvan je de naam niet kent. Hun stengels deinen zacht mee op het ritme van de zomerwind, als een kleurrijke zee van wilde bloemen. Hommels zoemen van bloem naar bloem, terwijl vlinders fladderen boven het hoge gras. De middagzon brandt fel. Vanaf een wit bankje laat je je blik over het veld glijden. Alles om je heen ademt zomer.
12. De Geest van het moeras

Voorzichtig zet je een stap op de drassige bodem. De grond veert mee als een volgezogen spons. Volgens oude Estse verhalen dwaalt Eksitaja door de natuur, een misleidende geest die reizigers van hun pad brengt en laat verdwalen.
11. Koning van het bos

Zijn donkerbruine vacht glanst bij iedere stap. Traag loopt hij langs het drasland. Onder zijn vacht tekenen de spieren van zijn rug zich af. Hij steekt zijn snuit in de lucht en ruikt. Zijn ogen lijken klein naast zijn enorme kop.
Dan zet hij een krachtige voorpoot in de modder. Met zijn lange klauwen trekt hij een stuk vis los en schrokt het naar binnen, alsof het niets is.
10. Midzomernachten

Het is al ver na middernacht.
Toch voelt het alsof de dag nog maar net begonnen is.
Aan de rand van de poolcirkel weigert de nacht donker te worden. De zon slokt de duisternis steeds verder op, totdat er niets meer van overblijft. De nacht krijgt geen kans meer om terug te keren. De middernachtzon heerst nu over het landschap, dag en nacht.
9. Muggen, mampieren en elanden

Je trapt hard op de rem.
De gordel snijdt in je maag.
Je hart klopt in je keel.
In je ooghoek beweegt iets.
Een schaduw op lange poten.
8. In het hart van Fulufjället

De lucht wordt kouder naarmate je hoger de bergen in rijdt. Langs de weg verschijnen de laatste sneeuwvelden. De winter lijkt hier nog niet helemaal verdwenen. Pas bij Njupeskär ontdek je hoe riskant die laatste sporen kunnen zijn.
De route voert je zelfs even door Noorwegen voordat je Zweden weer binnenrijdt. Het landschap verandert nauwelijks. Bossen, bergen en sneeuwvelden blijven elkaar afwisselen.
Niet veel later draai je het parkeerterrein van Nationaal Park Fulufjället op.
Er staan verrassend veel campers en busjes. Je pakt je rugzak en loopt naar de ingang van het park. Op het grote informatiebord bekijk je wat hier te ontdekken valt.
Je slaat rechtsaf en volgt een lange houten vlonder langs een stil meer. Aan de overkant rijst Fulufjället boven het water uit. Op de hoogste delen liggen nog sneeuw en ijs.
Boven de berg hangt een donkergrijze lucht die weinig goeds belooft.
Dan breekt de hemel open.
Dikke druppels kletteren naar beneden. Tegen beter weten in, en alsof het nog iets uitmaakt, trek je de capuchon van je regenjas verder over je hoofd.
Binnen enkele seconden ben je doorweekt.
In de verte staat een grote den. Je rent ernaartoe en zoekt beschutting onder de takken. De regen klettert op de naalden en stroomt langs de bast naar beneden.
Voor je slingeren beekjes door het landschap. Frisgroene berken lichten fel op tegen de donkere lucht. Tussen de bomen verdwijnen smalle wildpaadjes het bos in.
Bijna sprookjesachtig.
Na enkele minuten wordt de regen minder. Je verlaat de beschutting en vervolgt de route.
Een steile trap brengt je verder naar beneden. Met iedere trede wordt het geraas luider.
Dan verschijnt Njupeskär tussen de bomen.
De waterval is 93 meter hoog, waarvan het water 70 meter vrij naar beneden valt. Daarmee heeft Njupeskär de hoogste vrije val van Zweden.
Via het vlonderpad wandel je steeds dichter naar de waterval toe. Voor je stort een enorme watermassa zich met geweld naar beneden. Neveldruppels waaien je van grote afstand tegemoet en leggen een vochtige waas over het pad.
Aan de voet ligt een dik pak ijs. Voetsporen lopen eroverheen, richting het vallende water.
Even twijfel je.
Toch zet je een stap vooruit.
De sneeuw kraakt onder je schoenen terwijl je voorzichtig over het gladde ijs schuifelt. Je ogen blijven strak op de grond gericht.
Nog één stap.
Dan glijdt je voet plotseling weg, vlak naast de kolkende rivier.
Je adem stokt.
Op het nippertje vind je je evenwicht terug.
Zonder te aarzelen draai je je om. Stap voor stap ga je terug naar de houten vlonder.
Pas wanneer het hout weer onder je schoenen kraakt, adem je uit.
Eén stap dichter bij de waterval was er één te veel.
Wanneer je de parkeerplaats bereikt, begint het al te schemeren. De campers en busjes staan er nog steeds. Door de ramen zie je mensen warm en droog binnen zitten.
Je zou hier kunnen blijven.
Maar je zoekt iets anders.
Een plek midden in de natuur.
Je verlaat het parkeerterrein en slaat vanaf de hoofdweg een smal gravelpad in. De weg eindigt bij een open plek naast een klein ven. Jonge berken groeien rond het water, verspreid tussen het moerassige gras.
Zodra je uitstapt, moet je opzij stappen.
Overal liggen keutels.
Alles wijst erop dat hier elanden komen.
Je klimt de tent in en ritst het raam een stukje open. Vanuit je slaapplaats kijk je uit over het water.
De avondlucht is koel.
En het is stil.
Doodstil.
Langzaam speur je de oevers af in het laatste schemerlicht.
Dit keer zet je geen stap.
Je wacht.
Dan kraakt er ergens in de verte iets.
Je verstijft.
Nog een kraak.
En dan weer stilte.
Je houdt je verrekijker stevig vast en blijft naar de donkere oever kijken.
Zou je deze nacht geluk hebben?
7. Het pad langs de ijstijd

Mocht je hier eigenlijk wel overnachten? De avond ervoor had je nog gezocht naar een verbodsbord, maar niets gevonden. De zandroute had je steeds dieper het bos in gevoerd, tot tussen de bomen een kleine open vlakte verscheen. Pas de volgende ochtend zou je begrijpen waar je precies was beland.
6. Het eiland tussen lucht en water

De mooiste plekken laten zich niet plannen. Je vindt ze wanneer je afwijkt van de route, een onbekende weg inslaat en besluit te kijken waar die je brengt.
Midden in de Zweedse wildernis, verscholen tussen bossen en meren, wacht zo’n plek. Een eiland dat lijkt te zweven tussen lucht en water.
Pas wanneer je dichterbij komt, zie je waarom.