Aan de overkant van de rivier tekenen zich donkere holen af in de steile oever. Je tuurt tussen de struiken door, op zoek naar beweging. Het water stroomt voorbij, maar verder lijkt er niets te gebeuren. Zouden hier bevers leven?
Het Gauja National Park is het oudste en grootste nationale park van Letland, met dichte bossen, diepe rivierdalen en rode zandsteenrotsen.
Midden in het park heb je een plek aan de rivier gevonden. Wat je daar zult aantreffen, weet je nog niet.
Je klikt je gordel vast, start de navigatie en laat Estland langzaam achter je. Een grote overgang is het niet. Het landschap lijkt nauwelijks veranderd, alsof de grens alleen op de kaart bestaat.
Uitgestrekte tarwevelden bepalen het landschap. Hier en daar verschijnt een boerenerf, verscholen tussen een groep bomen. Sommige zijn goed onderhouden, met strak gemaaide gazons en tuinen vol kleurrijke bloemen.
Andere lijken verwaarloosd en verlaten. De ruiten zijn stoffig, enkele zelfs gebroken. Struiken groeien door de kapotte ramen naar binnen en nemen langzaam bezit van de boerderij. Alsof de natuur de nieuwe bewoner is geworden.
Langzaam maken de goudgele velden plaats voor een dicht bos van loofbomen. De boomtoppen rijzen hoog boven de weg uit.
Je rijdt Gauja National Park binnen, op weg naar de plek die je eerder hebt gevonden. De weg slingert door het bos en maakt dan een scherpe bocht. Daar verschijnt tussen de struiken de kampeerplek.
Een picknicktafel en een eenvoudige shelter staan verderop in het gras. Je kijkt om je heen, maar er is niemand te zien. Een platgereden stuk gras langs de oever dient als parkeerplek.
Je zet de motor uit en stapt naar buiten. Het zachte gras kriebelt onder je voeten.
Voor je loopt de oever steil naar beneden, richting de rivier. Het donkerbruine water stroomt krachtig voorbij. Azuurblauwe waterjuffers vliegen laag boven het water heen en weer.
Je kijkt opnieuw naar de donkere openingen in de oever aan de overkant. Misschien komt er vanavond iets uit een van de holen tevoorschijn.
Je pakt je stoel, klapt hem uit, haalt een verfrissend drankje uit de koelkast en gaat zitten.
De laatste vogels laten zich horen terwijl de zon achter de horizon verdwijnt. Een warme bries strijkt langs je huid.
Een zwoele zomeravond. Je kijkt over het water.
Aan de overkant blijft het stil. Misschien is het nog te vroeg?
Net wanneer je denkt dat er niets zal gebeuren, glijdt een bever langs de zandoever het water in. Hij zwemt geruisloos richting een groep waterplanten verderop. Daar begint hij rustig aan zijn avondmaal.
Dan komt er nog een aanzwemmen. Zijn kop steekt net boven het wateroppervlak uit. In volle vaart zwemt hij naar de andere bever toe.
Met luid gepiep raken de twee verwikkeld in een worstelpartij. Ze duwen tegen elkaar aan en blijven dicht bij elkaar in het water.
Na een tijdje houdt een van de twee het voor gezien, zwemt terug en verdwijnt uit het zicht.
Vanuit je ooghoek zie je plots een pluk groen over het water glijden.
Een grote tak vol verse bladeren.
Je kijkt nog eens goed.
Daar is hij weer. Dezelfde bever, met een halve boom tussen zijn kaken.